Blog 10: Mille tonnerres de Brest!

Wie mijn eerste blog gelezen heeft weet dat wij van een goede voorbereiding houden. Niet dat dat altijd lukt, maar we worden er steeds beter in. Inmiddels hebben wij in onze gang een vaste plek voor ‘de Frankrijkspullen’. Naast de was die terug moet, bouwt zich daar tussen onze bezoekjes aan Frankrijk een bijzondere collectie huisraad op. Een greep uit de feiten:

Strak blauwe lucht, strak blauwe luiken

Lespakket Frans

‘Leren voor je plezier’ dat is de slogan van de Volksuniversiteit Den Haag. Van dat prachtige instituut was ik een aantal jaren bestuurslid en stiekem heb ik hun leuze tot mijn lijfspreuk gemaakt. Want ik wil altijd blijven leren en er ook lol in hebben. Dus: als er niets te kletsen valt met ‘echte Fransen’ leer ik het van mijn ami imaginaire Tintin, ofwel Kuifje.

Het begon afgelopen zomer met de aanschaf van ‘Les Bijoux de la Castafiore’ bij de plaatselijke (lees: regionale) kringloopwinkel in Frankrijk. Dat album las wonderwel bijzonder gemakkelijk. Maar ‘Mille tonnerres de Brest!’, hoe vaak ik ook in de winkel terugkwam, het aanbod bleef bij een deel. Dus deze winter een noodrantsoen aangelegd: een verzamelbox met alle delen van Hergé’s Tintin.

Verzamelbox met daarin 8 delen met stripboeken.
Via Marktplaats een prachtig lespakket ‘intensief Frans’ besteld. Werkt uitstekend!

Ik lees ze van nieuw naar oud, want dat gaat naar verwachting beter qua taalgebruik. Wel wordt het politiek incorrecter en incorrecter en ook letterlijk wordt het steeds kleurlozer. Maar vrees niet collega’s van PEP Den Haag! Participatie, emancipatie en diversiteit zitten stevig verankerd in mijn lijf. De echte wereld bestaat gelukkig uit meer smaken dan Dupond of Dupont (1 x d en 1 x t) ofwel Janssen en Jansen!

Klok zeep uit 1946

Wat ook klaarstaat voor vertrek is een heleboel Klok uit 1946. Zeep ‘Goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen’, dat staat er echt op. Dit item vraagt denk ik wat meer uitleg.

Zo’n 80% van de huizen op het platteland is niet aangesloten op het riool. Zij hebben – en wij dus ook – een ‘fosse septique’. Dat is een septische put, ofwel beerput. Het bacteriesysteem, kleine beestjes die de hele dag ‘joepie een poepie’ roepen, maken van afvalwater weer schoon water. Schoon genoeg om via een vloeiveld de wijde Franse weide in te stromen. Chemische midden uit schoonmaakmiddelen – met name conserveermiddel (b.v. parabenen) – leggen die activiteiten plat. Een dode kip in de put gooien schijnt erg bevorderlijk te zijn.

Vroeger bevatte zeep minder troep dan nu. Daar komen de brokken Klok uit de boedel van mijn oma om de hoek kijken. Zij had direct na de oorlog namelijk besloten dat ze nooit meer tekort aan zeep zou ervaren. Dus legde ze een voorraad Klok aan die ze van haar lang-zal-ze-leven (85 jaar) niet kon opmaken.

Twintig jaar geleden erfden mijn ouders de gehamsterde vracht en – hoewel zij beslist propere types zijn én een goede gezondheid hebben – ook zij zullen de voorraad nooit op krijgen. Aan ons nu de schone taak in Frankrijk een dappere poging te doen. Proost lieve oma, we nemen er nog een…

Blok ouderwetse Klok zeep in een gehavende verpakking.
Vet sop! Rijker schuim! Zuivere zeep!

Twee paar klompen

Als je tweeduizend vierkante meter grond hebt – ‘ach geen tuin dus’, zeggen de Fransen – dan heb je ze in onze ogen nodig: klompen. ‘Klompen? Maar dat ziet er toch niet uit?’, denk je nu misschien. Dat klopt, maar daar kan ik het volgende tegenoverstellen. Het alternatief is: Rob op mijn roze Crocs.

Ik geef toe, ik heb de vrijheid van het buitenleven zelf ook naar mijn eigen normen vertaald. Waar ik denk dat ik nonchalant gekleed bent, noemt een ander dat waarschijnlijk ‘er voor schobberdebonk bijlopen’. Dat commentaar zal overigens niet van Fransen komen (zie blog 7: Het kan niet altijd feest zijn). Roze Crocs hebben echter twee nadelen: 1. ze zijn roze en 2. het zijn Crocs. Er is nog een doorslaggevend derde nadeel aan Crocs. Van de zomer was het asfalt in onze voortuin (schoolplein) door de hitte zo kleverig, dat zich steeds hogere hakken onder de roze gevaartes vormden.

Over op houten Hollandse klompen dus. Uiteindelijk online besteld, want midwinter blijken ze zelfs in toeristisch Delft niet te krijgen. Daardoor weet Google nu ook van ons agrarische dubbelleven en biedt ze me steeds opnieuw klompen aan. En zo kwam ik in een vlaag van nieuwsgierige dwaling ineens op een website over traditionele klompen uit de Morvan. Grofweg gelijk qua vorm, maar iets verfijnder qua afwerking. Op een uurtje rijden van ons huis zit nota bene een traditionele Morvandelle klompenmakerij uit 1947.

Nee, niets geen cognitieve dissonantie. Ik ga mijn aankoopspijt hier niet recht praten. Ik ga kilometers maken op die klompen. Ze slijten en zo snel mogelijk overstappen op echte ‘sabots’! Wijsneuzerig weetje: Het woord sabotage is afgeleid van sabot. Tijdens de industriële revolutie werd bij noodgevallen en stakingen een klomp in de machinerie gegooid. Dat bracht het productieproces tot stilstand. Afgezien daarvan, streekproducten zijn natuurlijk altijd beter! Hoewel, een goede vriend van ons zegt altijd: ‘Een streekproduct is niet voor niets een streekproduct. Als het echt goed was geweest dan was het al snel geen streekproduct meer’. Klaar als een klompje.

Hout Nederlandse klompen op de deurmat

Gewone klompen voor mij en klompen met leren bandjes – zogenaamde trip-klompen – voor Rob. Rob Trip
😊.

Wil je een seintje als er een nieuw blog online staat of als er ander nieuws is? Meld je dan hier aan voor jouw portie stokbrood in je mailbox (maximaal 10 x per jaar).